Dit chrismatorium werd geïnventariseerd in te Sint-Petrus en Pauluskerk te Rumbeke en is een echt pareltje uit verguld zilver. We vermoeden dat dit stuk omstreeks 1872 vervaardigd werd door een onbekende edelsmid, het wordt geassocieerd met pastoor D’Hooghe.

 

Traditioneel is een chrismatorium een twee- of drieledige doos of vaatwerk om de heilige oliën in te bewaren. Hier heeft de doos de vorm van een rijkversierde kelk met deksel en kruisje.

Binnenin bevinden zich drie vaatjes voor de drie verschillende oliën. Het gebruik wordt aangeduid met verschillende letters. OC of OS (Oleum Cathechumenorum of Oleum Salutis voor de zalving van de cathechumenen (de doop- of geloofsleerlingen), SC (Chrisma of Sanctum Chrisma) voor de pas gedoopten of de vormelingen, OI (Oleum Informorum) voor de ziekenzalving.

Deze oliën worden op Witte Donderdag vernieuwd en gewijd door de bisschop. Het chrisma (SC) is het belangrijkste van de drie en wordt ook voor andere zalvingen gebruikt bijvoorbeeld die van bisschoppen, priesters, altaren, vaatwerk, klokken en doopwater. Soms gebeurt het dat de ziekenzalving in een apart oliedoosje wordt bewaard ofwel samen met de geconsacreerde hostie in een tweedelig ziekenpateen.