Heb je al eens een afbeelding in Word proberen te vergroten zonder kwaliteitsverlies? Niet gelukt? Hoe komt dit? Heb je al eens een fotobestand binnen gekregen dat je niet kan openen? Welke soorten afbeeldingen zijn er nu juist? Deze vragen zal je kunnen beantwoorden na het lezen van deze digitip! Handig voor iedereen die af en toe een afbeelding bekijkt of bewerkt op zijn computer.

 

1.  Soorten digitale afbeeldingen

 

Er zijn heel wat soorten bestandsindelingen voor digitale afbeeldingen. Ik zet de meest voorkomende even op een rijtje. Iedere bestandsindeling heeft zijn eigenschappen die de indeling al dan niet geschikt maken voor bepaalde situaties. 

 

 

JPEG 

 

Staat voor ‘Joint Photographic Experts Group’. Deze bestandsindeling is heel gekend en door veel mensen gebruikt. Daarom is het ook zo’n goed formaat, omdat iedereen een JPEG-afbeelding zal kunnen openen, bekijken en gebruiken. 

 

Het formaat heeft echter ook een aantal nadelen. JPEG-bestanden zijn relatief gezien vrij groot (groot in aantal kilobytes of megabytes die het bestand inneemt). Daarnaast heeft JPEG geen transparante achtergronden. De kwaliteit van een JPEG-bestand is goed, maar bij het verkleinen van het bestand is er kans op wat kwaliteitsverlies. Desondanks is JPEG een heel goede bestandsindeling om te gebruiken bij de opslag van afbeeldingen. 

 

PNG 

 

PNG staat voor ‘Portable Network Graphic’. Deze bestanden hebben het voordeel, zoals JPEG, dat ze door iedereen geopend, bekeken en gebruikt kunnen worden, behalve personen die heel oude browsers of programma’s zouden gebruiken. 

 

Het PNG-formaat heeft nog enkele bijkomende voordelen. Ten eerste zijn PNG-bestanden relatief klein. Bovendien is er weinig verlies aan beeldkwaliteit bij het bewerken van een PNG-bestand.  Tot slot blijft de transparantie van de achtergrond bewaard, waardoor het PNG-formaat onder andere geschikt is voor logo’s of om te gebruiken in websites. 

 

PSD 

 

Deze bestandsindeling (PhotoShop Document) kan je gebruiken als je een bepaalde afbeelding bewerkt met het programma Photoshop. In dit programma kan je bestanden opslaan met verschillende ‘lagen’. Die lagen blijven bewaard door ze op te slaan als PSD. 

 

Daarnaast blijft ook de transparantie van afbeeldingen behouden. Het nadeel van PSD-bestanden is dat ze groot zijn en niet zo gemakkelijk te openen zijn. Iemand die geen Photoshop heeft een extra programma nodig om het bestand te kunnen openen. Gratis programma’s die dit formaat kunnen openen zijn: Paint.net (+plugin) of GIMP (gratis alternatief voor Photoshop). 

 

 TIFF 

 

TIFF is een bestandsindeling (Tagged Image File Format) waarmee je afbeelding geen kwaliteit verliest. Hierdoor gaat het wel om zware bestanden. Dit maakt de bestandsindeling ideaal om te printen, maar niet geschikt voor digitale opslag of gebruik, behalve als je meer dan genoeg opslagruimte hebt en de kwaliteit wil bewaren. Een TIFF-formaat slaat ook lagen op zoals het PSD-formaat. 

 

GIF 

 

Staat voor ‘Graphic Interchange Format’. Dit formaat verliest enorm veel kwaliteit door dat het een beperkt kleurenbereik heeft (slechts 256 kleuren worden gebruikt). Daarom is deze bestandsindeling meer geschikt voor grafische afbeeldingen (bijvoorbeeld logo’s of diagrammen, tekst, animatie, …) en niet voor foto’s. Anderzijds is het formaat wel klein en is er een beperkte transparantie mogelijk. 

 

 

2. Afbeeldingsdimensies

 

Hoe groot? Wat groot? 

 

De grootte van een digitale afbeelding kan op verschillende dimensies slaan. Je hebt het geheugen dat wordt ingenomen door de afbeelding. Daarnaast is er ook de effectieve afbeeldingsgrootte (de hoogte en de breedte van de afbeelding). Ten slotte heb je ook het aantal pixels en de resolutie van de afbeelding.  

 

Aantal bytes 

 

Een afbeelding neemt een stuk geheugen in op je toestel, weergegeven in kilo-, mega- of gigabytes. Zoals in het vorige hoofdstuk werd uitgelegd kan de bestandsindeling bepalen of een afbeelding veel of weinig ruimte zal innemen. De onderstaande dimensies zullen ook de grootte van de opslag bepalen. 

 

Afbeeldingsgrootte 

 

De meest logische dimensie is de effectieve afmeting van de afbeelding. Zoals een foto of een afbeelding op papier een hoogte en een breedte heeft, is dit ook zo voor digitale afbeeldingen. Maar die zijn slechts van belang als je ze afdrukt. Een computerscherm bestaat uit pixels, en dus zijn afmetingen in centimeter of in inches niet belangrijk voor een digitale afbeelding. 

 

Pixels 

 

Iedere afbeelding bestaat in feite uit een heleboel blokjes. Deze blokjes worden pixels genoemd. Iedere pixel heeft op zich verschillende dimensies zoals kleur, contrast en de positie van de pixel. 

 

De beeldkwaliteit van een afbeelding wordt dus bepaald door het aantal pixels. Hoe meer blokjes er namelijk zijn, hoe meer bepaalde details kunnen worden weergegeven. Dit is gemakkelijk te begrijpen als je een afbeelding wil maken met 5 blokjes, of een afbeelding wil maken met 50 blokjes. Het aantal pixels in een afbeelding kan je terugvinden in de resolutie. 

 

Resolutie 

 

De resolutie van een digitale afbeelding wordt weergegeven in pixels. De resolutie bestaat uit het aantal pixels van de breedte van de afbeelding en het aantal pixels van de hoogte van de afbeelding. 

 

Dit betekent dat de breedte 407 blokjes is en de hoogte 528 pixels. Als we de afbeelding inspecteren (rechts klikken en kiezen voor ‘Inspecteren’) dan wordt de afbeelding automatisch visueel verkleint. Dit betekent dat het aantal pixels in de breedte en hoogte gewijzigd zijn. Dit wijzigt uiteraard de resolutie. Deze is nu: 147x190px. De resolutie wijzigt dus als de fysieke afmetingen van de afbeelding veranderen. 

 

Een afbeelding die in zijn startwaarde een grote resolutie heeft (bijvoorbeeld 1600×1000), kan gemakkelijk verkleind worden naar een kleinere resolutie (bijvoorbeeld 500×300), want die zal geen kwaliteit verliezen, er zijn meer dan genoeg pixels om ook een kleinere afbeelding vorm te geven. 

 

Een afbeelding die in startwaarde een resolutie heeft van 200×150 pixels zal moeilijker te vergroten zijn naar die resolutie van 500x300pixels, omdat de afbeelding eigenlijk een te kort heeft aan pixels. Je ziet bij dergelijke operaties dus een kwaliteitsverlies. 

 

Extra: 

 

De resolutie van een digitale afbeelding die je gaat afprinten of van een afdruk wordt uitgedrukt in het aantal pixels per inch. Eén inch is 2.54 centimeter. Het aantal pixels per inch wordt benoemd met ‘dpi’, wat staat voor ‘dots per inch’ of ook ppi zijn, ‘pixels per inch’). Dit is dan niet … x … aantal pixels, maar 1 enkel getal. Bijvoorbeeld 72 dpi. Maar dit is in feite niet van belang als je de afbeelding niet gaat professioneel printen. 

 

 

Onthouden: 

 

  • Een digitale afbeelding wordt bepaald door verschillende dimensies, maar wordt altijd weergegeven door een resolutie die bestaat uit een aantal pixels ‘breedte x hoogte’. 

 

  • Voor een digitale afbeelding is de dpi of ppi niet van belang, omdat je scherm enkel werkt met pixels. Je hebt dus enkel de resolutie in pixels nodig. Dpi of Ppi is enkel van belang voor een afdruk. 

 

  • Als je de kwaliteit van twee afbeeldingen wil vergelijken, kijk dus naar de pixels in de resolutie. Een afbeelding met een grote resolutie heeft meer kwaliteit.