Vorig jaar werd het religieus erfgoed in de Sint-Amandskerk in Ingelmunster geïnventariseerd, dit op initiatief van erfgoedcel TERF.

De Heilige Justinus, een martelaar uit de 2de eeuw, geniet geen grote bekendheid, maar is wel één van de heiligen die in de Sint-Amandskerk in Ingelmunster wordt vereerd. Zijn reliekschrijn bevindt zich in een rondboognis in het hoogkoor van de kerk. Daarnaast is er ook nog een beeld in neogotische stijl en een luidklok met zijn naam aanwezig.

Het reliekschrijn werd in 1669 door toedoen van de familie Van Plotho vanuit Italië naar Ingelmunster gebracht. In dat jaar werd dan ook een jaarlijkse ommegang opgericht waarbij het gebeente rond de kerk werd gedragen en vereerd. Deze ommegang bestaat overigens nog steeds.

Het kunstig versierde object vormde aanleiding tot verder onderzoek. Als residerend pastoor kreeg Ludwig Dubaere toestemming van de bevoegde vicaris om het reliekschrijn te openen om de documenten te bekijken. Een unieke gebeurtenis!

Het verzegelde houten kistje bevatte stoffelijke resten van de heilige Justinus (en heel beperkt van drie andere heiligen uit deze tijdsperiode) én enkele oude geschriften in het Latijn. De ‘bulles’ zijn beiden voorzien van een loden zegel.

E.H. Kurt  Priem, professor  en  gewezen  archivaris  van  het  bisdom  Brugge zorgde voor de vertaling. Hierdoor kwamen we heel wat te weten over de relieken. Volgens de documenten zijn deze gewijde relieken weggenomen uit het kerkhof van Cyriacus en ingesloten in een kistje, dichtgeknoopt met een fijn touwtje en voorzien van een klein zegel. Ze werden in 1666 toegewezen aan de heer Robert Malais, clericus van het bisdom Luik met de bedoeling ze te tonen in om het even welke kerk of publieke bidplaats. In 1669 werden ze geschonken aan Theodoor Boote, pastoor van de gemeente Ingelmunster.

De oudste bulle dateert uit 1669 en werd opgemaakt en ondertekend in naam van de toenmalige bisschop van Doornik door een bevoegde vicaris. Dit document verklaart dat het gaat om de beenderen van de Heilige Justinus, alsook een glazen vaatje met zijn bloed. De tweede bulle bevestigt dit: ‘ Wij Franciscus Renatus Boussen Bisschop van Brugge openden op 28 juni 1843 dit doosje dat de HH.relieken van de martelaar Justinus bevat, [dat] dezelfde dag moet gesloten worden en van ons zegel voorzien. + Franciscus Bisschop van Brugge’

Naar aanleiding van de inventarisatie werden de stoffelijke resten met de grootste zorg herverpakt en de documenten werden gefotografeerd. Ook pastoor Ludwig Dubaere zal een gedateerd document toevoegen, net zoals zijn voorganger pastoor Lucien Dewulf deed in 1980 toen het reliekschrijn hersteld en bijgeschilderd werd.

Het reliekschrijn blijft een waar curiosum en een ideaal middel om het verleden te leren kennen om het heden te begrijpen. Of kan het ook omgekeerd?